
De verwarring tussen « aillant » en « ayant » komt regelmatig voor in online uitwisselingen, professionele e-mails of schoolopdrachten. Deze twee vormen worden zeer vergelijkbaar uitgesproken, wat veel schrijvers doet aarzelen. Het goede nieuws: zodra het mechanisme begrepen is, verdwijnt de fout bijna vanzelf.
Waarom « aillant » en « ayant » zo veel op elkaar lijken in de mondelinge taal
Het Frans zit vol homofonen, woorden die hetzelfde klinken maar anders geschreven worden. « Aillant » en « ayant » behoren tot deze groep: in de oren is het verschil minimaal, of zelfs onbestaande afhankelijk van de regionale accenten.
De valstrik komt van het werkwoord « aller ». Geconjugeerd in de tegenwoordige subjunctief, geeft het « que nous aillions », « qu’ils aillent ». De hersenen associëren dan de klank « ail- » met het werkwoord aller en creëren bij analogie een « aillant » dat logisch lijkt. Maar de vorm « aillant » bestaat in geen enkele Franse conjugatie.
Om te weten hoe je aillant of ayant gebruikt, hoef je slechts één principe te onthouden: « ayant » is de tegenwoordige deelwoord van het werkwoord « avoir », en « aillant » is een foutieve spelling die aan geen enkel woord in het woordenboek correspondeert.
Tegenwoordige deelwoord van het werkwoord avoir: de enige correcte vorm
Heb je al opgemerkt dat de tegenwoordige deelwoorden altijd eindigen op « -ant »? Manger geeft « mangeant », finir geeft « finissant », en avoir geeft « ayant ». Niet « aillant », niet « aiant », niet « ailliant ».
« Ayant » is de enige correcte spelling van het tegenwoordige deelwoord van avoir. We vinden het terug in veelvoorkomende constructies:
- « Ayant terminé son repas, il quitta la table. » Het tegenwoordige deelwoord introduceert een actie die voorafgaat aan de hoofdactie.
- « Les personnes ayant un abonnement peuvent entrer directement. » Hier functioneert « ayant » als een bijvoeglijk naamwoord dat « personnes » kwalificeert.
- « N’ayant pas reçu de réponse, elle a relancé par courrier. » De ontkenning omringt het tegenwoordige deelwoord met « n’ » en « pas ».
In elk van deze gevallen zou het vervangen van « ayant » door « aillant » een spelfout zijn. Geen enkele automatische corrector zou het doorlaten.

Het werkwoord aller produceert geen vorm in « aillant »
Dit is de belangrijkste bron van verwarring. Het werkwoord « aller » heeft vormen met « aill- » in de subjunctief: « que j’aille », « que nous aillions », « qu’ils aillent ». Deze conjugaties zijn volkomen correct.
Daarentegen is het tegenwoordige deelwoord van het werkwoord « aller » « allant », niet « aillant ». Voorbeeld: « Allant de surprise en surprise, elle découvrit le village. » Het werkwoord aller in het tegenwoordige deelwoord wordt geschreven als « allant », met twee « l » en zonder « i ».
De vorm « aillant » bevindt zich dus vast tussen twee werkwoorden zonder tot een van beide te behoren. Het leent de stam van de subjunctief van aller (« aill- ») en de uitgang van het tegenwoordige deelwoord (« -ant »), wat een spookwoord creëert.
Een snelle test om te beslissen
Wanneer je twijfelt, stel jezelf een eenvoudige vraag: drukt het woord dat je zoekt bezit of een staat uit die verband houdt met het werkwoord « avoir »? Als dat zo is, schrijf dan « ayant ».
Drukt het een beweging uit die verband houdt met het werkwoord « aller »? Dan is de juiste vorm « allant ».
In geen geval is de spelling « aillant » correct. Dit woord heeft geen plaats in een Franse zin, of het nu gaat om een formele tekst of een snel bericht.
Mnemonische truc om de juiste spelling te onthouden
Hier is een eenvoudige manier om niet meer te twijfelen. Het werkwoord « avoir » bevat een « y » in zijn conjugatie: « j’avais », « ils avaient », « ayant ». Dit « y » is zijn handtekening.
Denk aan deze associatie: avoir en zijn « y » geven « ayant ». Het « y » van « ayant » verwijst direct naar het werkwoord avoir. Geen enkel ander Frans werkwoord produceert een tegenwoordige deelwoord met « ay- ».
Als je « aillant » schrijft en je ziet de letters « a-i-l-l » verschijnen, vraag jezelf dan af welk werkwoord je aan het conjugeren bent. « Aller »? Dan is het « allant ». « Avoir »? Dan is het « ayant ». De « i » dubbele « l » heeft geen plaats in een tegenwoordige deelwoord.
Contexten waarin de fout het vaakst voorkomt
De observaties van online dicteerplatforms tonen aan dat fouten met vormen in « -ant » (tegenwoordig deelwoord, gerundium, werkwoordelijk bijvoeglijk naamwoord) minder vaak voorkomen dan klassieke verwarringen zoals « -é » / « -er » of de overeenkomsten van het verleden deelwoord. Toch komt « aillant » voor in specifieke contexten:
- Professionele e-mails die snel zijn geschreven, waar herlezen zeldzaam is en automatische correctie soms is uitgeschakeld.
- Schoolopdrachten van de middelbare school, vooral wanneer de vorm « ayant » niet expliciet in de klas is behandeld. De schoolprogramma’s prioriteren de overeenstemming van het verleden deelwoord veel eerder dan de beheersing van het tegenwoordige deelwoord van avoir.
- Publicaties op sociale media of forums, waar de snelheid van typen de fonetische spelling bevordert.
Aillant-sur-Tholon: de enige « aillant » die echt bestaat
Als je het woord « Aillant » met een hoofdletter tegenkomt, raak dan niet in paniek. Het is een eigennaam: Aillant-sur-Tholon is een gemeente in de Yonne, in Bourgondië. Deze plaatsnaam heeft geen enkele link met de conjugatie van het werkwoord avoir of het werkwoord aller.
Deze onderscheiding is nuttig om te kennen, omdat het een onnodige twijfel tijdens het lezen van een tekst die deze plaats noemt, voorkomt. Buiten deze gemeentenaam blijft « aillant » een spelfout.
De volgende keer dat je hand aarzelt tussen de twee spellingsvormen, herinner je dan het « y » handtekening van het werkwoord avoir. « Ayant » neemt een « y » omdat het van avoir komt, « allant » neemt twee « l » omdat het van aller komt, en « aillant » komt nergens vandaan.